Forse vooruitgang verwacht met nieuwe middelen

Actuele resultaten van klinische studies met nieuwe medicijnen voor HER2-positief mammacarcinoom versterken de aanwijzingen dat deze middelen een belangrijke vooruitgang betekenen voor patiënten uit deze subgroep. Tevens geven de presentaties van het San Antonio Breast Cancer Symposium 2020 een impuls aan het vermoeden dat moleculaire diagnostiek van groot belang is voor de behandelkeus. Internist-oncoloog Monique Bos volgde het congres voor Oncologie Vandaag.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

Biomarkers leiden naar persoonsgerichte behandeling

Biomarkers die het behandelsucces bij een patiënt kunnen voorspellen zijn belangrijk om de oncologische behandelingen verder te kunnen personaliseren. Internist-oncoloog dr. Willemien Menke-van der Houven van Oordt, bioloog prof. dr. John Martens en patholoog prof. dr. Jelle Wesseling bespreken ieder twee studies met biomarkers die zijn gepresenteerd op San Antonio Breast Cancer Symposium 2020.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

Heterogeniteit tumor noodzaakt tot focus op biomarkers en subgroepen

Triple negatief mammacarcinoom (TNBC) vormt een zeer heterogene groep van tumoren. Dat maakt dat veel vormen van therapie slechts bij een subpopulatie effectief zijn. De zoektocht naar prognostische en predictieve markers en subgroepen loopt daardoor als een rode draad door de klinische studies bij TNBC. Dit stelt internist-oncoloog Ester Siemerink aan de hand van relevant onderzoek dat zij selecteerde uit de presentaties van het San Antonio Breast Cancer Symposium 2020.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

Ontwikkelingen in verschillende fasen van behandeling

Internist-oncoloog dr. Inge Konings bespreekt enkele studies bij patiënten met HR-positief, HER2-negatief mammacarcinoom die gepresenteerd zijn tijdens het San Antonio Breast Cancer Symposium 2020. Zij selecteerde studies met neoadjuvante behandelingen, onderzoek dat wijst op het belang van de menopauzale status bij de adjuvante behandeling en de meerwaarde van een oraal taxaan bij gemetastaseerde ziekte.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

Pleidooi voor subtypering DCIS

Twee onderzoeken naar ductaal carcinoom in situ (DCIS) zijn volgens patholoog dr. Carolien van Deurzen het vermelden waard en van belang voor de klinische praktijk. Het eerste betreft een nauwkeurigere subtypering van DCIS met moleculaire onderzoekstechnieken, het tweede de toegevoegde waarde van een boost-bestraling aan de gangbare radiotherapie.

Nieuwe fase in behandeling van gemetastaseerd prostaatcarcinoom

Op basis van resultaten van de PROfound-studie is het gebruik van olaparib sinds kort in Europa geïndiceerd voor patiënten met een gemetastaseerd castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) met een BRCA1- of BRCA2-mutatie bij progressie op een new hormonal agent. Het lijkt van belang om bij mCRPC-patiënten tijdig een BRCA-mutatie vast te stellen. De PROMPT-studie onderzoekt momenteel de waarde van vroegtijdige moleculaire karakterisering van prostaattumoren.

beeld: Gerard van Bree Fotografie

‘Ook voor NSCLC-patiënt met ECOG-PS 2 kan immuuntherapie een optie zijn’

In alle klinische (registratie)studies met immuuntherapie bij gemetastaseerd niet- kleincellig longcarcinoom (NSCLC) zijn alleen patiënten met een ECOG-performancestatus (ECOG-PS) 0 of 1 geïncludeerd. Dat wil niet zeggen dat patiënten met een ECOG-PS 2 nooit voor immuuntherapie in aanmerking kunnen komen, aldus longarts dr. Robin Cornelissen van het Erasmus MC Kanker Instituut.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

Beleid op maat bij medicatiegeïnduceerde ILD

Vele medicijnen in zowel de medische oncologie als hemato-oncologie kunnen als bijwerking interstitiële longziekte (ILD) induceren. Mede vanwege het brede scala aan mogelijke symptomen bij deze bijwerking en de variatie in ernst daarvan, is samenwerking hierbij tussen de voorschrijvend oncologisch specialist en een longarts met ervaring op het gebied van ILD of bijwerkingen van oncologische medicatie wenselijk. Zo kan bij iedere individuele patiënt het optimale behandelplan worden vastgesteld.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

WIN-O Melanoom-groep krijgt meer autonomie

Begin december organiseerde de Melanoom-groep van de Werkgroep Immunotherapie in Nederland voor Oncologie het tiende multidisciplinair Melanoom symposium. Net als andere jaren passeerden de nieuwste ontwikkelingen de revue. Dr. Ellen Kapiteijn schetst de ontwikkeling van de werkgroep en het vervolg naar een zelfstandige positie.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

‘Het is jammer dat bezoekers dit lustrumcongres vanwege de coronamaatregelen alleen digitaal konden volgen’, zegt Kapiteijn. Toch heeft een digitaal congres ook een voordeel. Met ruim 170 mensen die inlogden was het een goed bezochte bijeenkomst. ‘Virtuele medische congressen trekken vaak nog meer bezoekers dan de live varianten, omdat het makkelijker te combineren is met het werk in het ziekenhuis of een thuiswerkdag. Het zou mooi zijn als de optie om congressen op afstand te volgen behouden blijft als de coronapandemie voorbij is.’

In dit nummer van Oncologie Vandaag worden een aantal onderwerpen belicht die ook op het congres aan bod kwamen, zoals kunstmatige intelligentie bij de diagnostiek van huidkanker, (neo)adjuvante behandeling van melanoom en de behandeling van stadium IV melanoom. ‘Ik verwacht veel van neoadjuvante behandeling, die nu alleen nog in studieverband wordt gegeven’, zegt Kapiteijn. ‘ Prof. dr. Christian Blank is een van de hoofdonderzoekers van een internationale studie die de neoadjuvante en adjuvante behandeling gaat vergelijken en bekijkt of een operatie in sommige gevallen achterwege kan blijven wanneer het melanoom neoadjuvant behandeld wordt.’

Zelfstandig

De Werkgroep Immunotherapie Nederland voor Oncologie (WIN-O) is in 1993 opgericht om preklinisch en klinisch onderzoek met systeemtherapieën bij kanker te coördineren. Zij is uitgegroeid tot een multidisciplinair platform waar experts elkaar treffen om de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van behandelingen voor melanoom en niercelcarcinoom te bespreken. Voor beide kankersoorten bestond de laatste jaren al een redelijk autonome entiteit binnen WIN-O, maar die verzelfstandiging gaat verder, vertelt Kapiteijn. ‘De WIN-O Niercelcarcinoom-groep en de WIN-O Melanoom-groep gaan splitsen. De behandelingen voor beide kankersoorten zijn in de loop der jaren uiteen gaan lopen en ze vallen niet meer echt onder één noemer.’ Uit een enquête die eerder dit jaar is gehouden blijkt dat het plan tot splitsing breed gedragen wordt bij de betrokken specialisten. ‘Veel specialisten behandelen alleen melanoom of alleen niercelcarcinoom. Er zijn ook nog vrij veel internist-oncologen die beide tumorsoorten behandelen, maar die kunnen zich in de toekomst voor beide groepen aanmelden.’

Hoe de organisatie er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. Het besluit tot opsplitsing is pas dit najaar genomen. Evenmin is duidelijk of de naam WIN-O Melanoomgroep blijft bestaan. Wel is zeker dat de werkgroep doorgaat met kennis vergaren over het behandelen van melanoom. Kapiteijn verwacht zelf dat er meer samenwerking gaat komen met andere gremia, zoals de Tumor Focus Groep van IKNL en de Dutch Treatment Melanoma Registry (DMTR). ‘We blijven de nieuwste ontwikkelingen nauwlettend volgen en waar mogelijk zelf landelijke onderzoeksprojecten opzetten. Dat doen we al, met mooie publicaties als resultaat. We hebben in Nederland met de veertien melanoomcentra een heel mooie structuur voor de systeembehandeling van stadium III en IV melanoom. Met de mogelijke komst van neoadjuvante behandeling van stadium III en adjuvante behandeling van stadium IIB en IIC melanoom, zal de rol van systeembehandeling bij melanoom alleen maar toe gaan nemen.’


Op de website van WIN-O, www.win-o.nl, kunt u de presentaties van het congres terugkijken. Een login daarvoor kunt u aanvragen via info@win-o.nl


Genexpressieprofiel als hulpmiddel bij prognostiek

Dr. Loes Hollestein en dr. Dirk Grünhagen belichten nieuwe voorspellende factoren voor melanoom met een ongunstige prognose en de betekenis daarvan voor de kliniek. Veel aandacht gaat daarbij uit naar genexpressieprofieltesten. Het steekt erg nauw waar een test voor ontwikkeld is.

beeld: Jeroen van Kooten Fotografie

Registreren



Al een account?

Inloggen


Sluit venster