Weglaten van okselklierdissectie en weglaten van adjuvante chemotherapie op geleide van het genetisch profiel, het zijn twee bestaande de-escalatiepraktijken die tijdens 2026 ASCO Annual Meeting met nieuwe studies ondersteund worden. Met de constatering dat in de gemetastaseerde setting de SERD giredestrant niet voor de eerste lijn lijkt weggelegd en gedatolisib in een tripletbehandeling niet meer doet dan in een doublet, zorgt het congres niet voor wezenlijke wijzigingen van de klinische praktijk, aldus internist-oncoloog Erik Blok.
De OPTIMA-studie borduurt voort op de MINDACT-, TailorX- en RxPonder-studies. Deze drie studies toonden eerder al bij vrouwen met vroegstadium mammacarcinoom aan dat het genetisch profiel van de tumor een goede indicatie kan geven van de prognose van de ziekte en daarmee te gebruiken is bij besluiten omtrent adjuvante chemotherapie. Waar MINDACT-gebruikmaakte van de MammaPrint-test en TailorX en RxPonder van de Oncotype DX-test, onderzocht OPTIMA de Prosigna-test.1
De Prosigna-test bepaalt op basis van de activiteit van 50 genen of de patiënt een hoog of laag risico heeft op terugkeer van ziekte. De studie onderzocht of bij patiënten met een score van maximaal 60 op een schaal van 1 tot 100, de toevoeging van adjuvante chemotherapie aan endocriene therapie veilig achterwege kan blijven. Aan de (non-inferioriteits) studie deden ruim 4000 vrouwen met HR-positief, HER2-negatief mammacarcinoom met maximaal 8 positieve lymfeklieren mee. Ze waren allen ouder dan 40 jaar en 38 procent van hen was premenopauzaal met ovariële suppressie. Bij ongeveer 2 van de 3 vrouwen was de testscore maximaal 60. De studie liet zien dat bij deze vrouwen het weglaten van de adjuvante chemotherapie niet leidde tot een significante afname van de 5-jaars invasieve borstkankervrije overleving: 94,8 procent versus 93,6 procent (HR: 1,06; p = 0,003). Bij deze patiënten heeft adjuvante chemotherapie dus geen toegevoegde waarde. Ook bij premenopauzale patiënten en patiënten met meer dan 3 positieve klieren had de adjuvante chemotherapie geen meerwaarde. ‘Het belangrijkste van de OPTIMA-studie is dat de test ook predictief blijkt in premenopauzale patiënten en in patiënten met veel positieve klieren’, concludeert Blok. ‘De MammaPrint en Oncotype DX zijn voor deze subpopulaties minder goed gevalideerd. Maar of dit voldoende is voor de Prosigna-test om in Nederland voet aan de grond te krijgen, is echter nog maar de vraag.’