Begin 2026 zegde KWF 3,2 miljoen euro toe voor een pilot met een risicogestratificeerde prostaatkankerscreening. ‘Een belangrijk signaal’, meent uroloog dr. Roderick van den Bergh, die de voorbereiding van de pilot vanuit het Erasmus MC coördineert. Maar definitief groen licht moet nog komen van de Gezondheidsraad.
De discussie over al dan niet screenen op prostaatkanker loopt al jaren. Eerdere studies lieten lagere kansen op sterfte en uitzaaiingen zien wanneer mannen actief werden uitgenodigd om hun PSA te meten. Maar dit resulteerde ook in forse overdiagnostiek. Afgezien van de discussie over een screeningprogramma vragen mannen in de praktijk zelf al regelmatig om de test. ‘Dat heeft vaak een averechts effect, omdat de verkeerde mannen zich op de verkeerde manier laten testen’, aldus Van den Bergh.
OP JE VIJFTIGSTE BEGINNEN
Naar schatting laat zeventig procent van de mannen van 70 jaar en ouder zijn PSA-waarde meten. Dat is volgens Van den Bergh vaak aan de late kant. ‘Als de levensverwachting lager is, is de toegevoegde waarde beperkt.’ Ze doen het volgens hem doorgaans ook te vaak, bijvoorbeeld ieder half jaar in plaats van eens in de vijf jaar. ‘Als je zelf ervoor wil kiezen om de kans op problemen van prostaatkanker te verlagen door je PSA te laten testen, dan moet je op je vijftigste beginnen. Maar de gemiddelde 50-jarige voelt het risico op prostaatkanker niet.’ Volgens hem heersen er nog veel verkeerde opvattingen over prostaatkanker. ‘Als het op tv over prostaatkanker gaat, dan komt standaard een man van zo’n 90 jaar oud in beeld.’

