CAR-T-celtherapie wordt in zeven gespecialiseerde centra in Nederland gegeven. Hematoloog dr. Marjolein van der Poel (Maastricht UMC+) schat dat in totaal bijna vijftien disciplines betrokken zijn bij de CAR-T-celtherapie van een individuele patiënt. Zij legt uit hoe het traject van een patiënt eruitziet.
Een patiënt komt meestal vanuit een ander ziekenhuis naar een van de zeven CAR-T behandelcentra. Daar ziet de hematoloog de patiënt op de poli voor screening volgens de criteria voor CAR-T-celtherapie. ‘In sommige centra wordt de patiënt ook gezien door de verpleegkundig specialist’, vertelt Van der Poel. ‘De eerste stap is nagaan of de patiënt geschikt en fit is voor de behandeling en geen andere medische problemen heeft die de uitkomst van de behandeling kunnen beïnvloeden. We controleren de hartfunctie, doen uitgebreid bloedonderzoek en de patiënt kan ook alvast kennismaken met de aferese-afdeling waar de T-cellen zullen worden afgenomen.
Bij ons worden de aferese-verpleegkundigen dus al snel betrokken. Zij controleren ook meteen de bloedvaten. Bovendien krijgen de patiënt en diens familie in deze fase uitleg over de hele behandeling. En alle patiënten die mogelijk voor CAR-T-celtherapie in aanmerking komen, worden ter goedkeuring besproken in de tumorboard. Dat gebeurt twee keer per week.’

